Wetgeving kinderen in gesloten centra.

Minderjarigen in detentie?
Het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK) en de Grondwet (art. 22bis) stellen dat alle maatregelen die betrekking hebben op kinderen, het hoger belang van het kind als eerste doel moeten hebben.
Artikel 37 van het IVRK bepaalt bovendien dat geen enkel kind op onwettige of willekeurige wijze van zijn vrijheid mag worden beroofd. De aanhouding, inhechtenisneming of gevangenneming van een kind moet geschieden in overeenstemming met de wet en wordt slechts gehanteerd als uiterste maatregel en voor de kortst passende duur.

Niet-begeleide minderjarige vreemdelingen
De wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en bepaalde andere categorieën van vreemdelingen voorziet dat NBMV niet langer dan zes werkdagen kunnen worden opgesloten in de gesloten centra aan de grens. In alle andere gevallen verbiedt de wet uitdrukkelijk de opsluiting van NBMV. De NBMV worden dus in principe niet meer vastgehouden in gesloten centra maar worden onthaald in één van de twee observatie- en oriëntatiecentra (OOC).

Kinderen in gezinnen
Voor kinderen die vergezeld worden door hun ouders of de persoon die het ouderlijk gezag uitoefent over hen en die dus niet beschouwd worden als niet-begeleide minderjarige vreemdelingen, wordt de opsluiting niet uitdrukkelijk in de wet verboden.

Kinderen werden samen met hun ouders in de gesloten centra opgesloten tot 2008.
Sinds 1 oktober 2008 verblijven er geen kinderen meer in de gesloten centra maar het bleef mogelijk om de gezinnen die aan de grens worden aangehouden en aan wie de toegang tot het grondgebied wordt ontzegd, in een gesloten centrum onder te brengen.

Op 22 april 2010 werd het KB van 14 mei 2009 betreffende de woonunits aangepast zodat nu ook deze gezinnen aan de grens kunnen worden ondergebracht in de woonunits. Hiervoor worden de woonunits door middel van een juridische fictie gelijkgesteld met plaatsen aan de grens.
Een wettelijke verankering van het verbod op opsluiting van kinderen is er nog steeds niet.

Terugkeerwoningen
Op initiatief van de toenmalige minister van Migratie- en Asielbeleid, Annemie Turtelboom, werd in oktober 2008 gestart met een project van “terugkeerhuizen”. Het gaat om een alternatief voor de opsluiting van gezinnen in gesloten centra.
De gezinnen worden niet langer opgesloten in een gesloten centrum maar komen terecht in een open woonunit waar een coach van de Dienst Vreemdelingenzaken hen begeleidt.
Deze terugkeerwoningen, gelegen in Zulte, Tubize en Sint-Gillis-Waas, zijn aangepast aan de behoeften van een gezin en hebben een open structuur. Medische zorg in deze woonunits wordt verzekerd. De familie is vrij om de woonunit te verlaten om boodschappen te doen, een advocaat te raadplegen, zich naar een arts te begeven of om de kinderen naar school te brengen. Er moet wel steeds een volwassen familielid aanwezig blijven in de woning.

Ondanks de open structuur van de woningen gaat het juridisch nog steeds om een vrijheidsberoving in de zin van art. 74/5 en 74/6 van de Vreemdelingenwet. Bovendien kan een familie die niet meewerkt aan de effectieve terugkeer toch worden overgebracht naar een gesloten centrum. Beroep bij de Raadkamer middels een verzoek tot invrijheidsstelling kan worden ingesteld tegen de plaatsing in een terugkeerwoning.

"Terug naar inhoudstafel"
Bibliography
1. Vreemdelingenrecht
Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License