Wat is internering?
Terug naar inhoudstafel.

Internering is een maatregel, geen straf. Deze maatregel wordt opgelegd aan psychiatrisch gestoorde patiënten die een misdrijf hebben gepleegd; delinquenten die geen effectieve veroordeling oplopen omdat ze niet over voldoende geestelijke vermogens beschikken. Ze kunnen niet schuldig worden bevonden, zijn niet verantwoordelijk voor hun daden (bvb. bij schizofrenie en andere psychotische stoornissen, persoonlijkheidsstoornissen, verslaafden, parafilieën, mentaal gehandicapten,…).

De internering is een strafrechtelijke beveiligingsmaatregel van onbepaalde duur die door de rechter kan worden uitgesproken onder volgende drievoudige voorwaarden:

• Ten eerste moet er bewezen worden dat de verdachte het ten laste gelegde misdrijf gepleegd heeft.
• Ten tweede moet de verdachte persoon ontoerekeningsvatbaar geacht worden voor zijn daden op het ogenblik van het gepleegde misdrijf én op het ogenblijk van het proces. Deze ontoerekeningsvatbaarheid moet het gevolg zijn van een staat van krankzinnigheid, een ernstige staat van geestesstoornis of een zwakzinnigheid die het onmogelijk maakt voor de verdachte om zijn/haar daden te controleren.
• Ten derde moet er op het ogenblik van het proces sprake zijn van een toestand van 'sociale gevaarlijkheid' bij de betrokkene, de betrokkene wordt opgesloten omdat hij een gevaar is voor de samenleving.

Bevoegde instanties

Het is de rechter die uiteindelijk besluit tot het al dan niet opleggen van een interneringsmaatregel. Deze keuze maakt hij op basis van het voorafgaandelijk psychiatrisch onderzoek. Tijdens het vooronderzoek wordt er een psychiatrisch deskundige aangeduid door de onderzoeksrechter indien deze een vermoeden heeft van een mentale stoornis bij de verdachte. De vonnisrechter en het Openbaar Ministerie zijn ook gemachtigd tot het aanwijzen van een psychiatrisch deskundige.

Na de uitspraak van de hoven en rechtbanken komt de geïnterneerde onder de bevoegdheid van de Commissie tot Bescherming van de Maatschappij te staan.

De Commissie tot Bescherming van de Maatschappij (CBM) is belast met uitvoering van de interneringsmaatregel en bezit zeer ruime bevoegdheden. De CBM bestaat uit een voorzitter (magistraat), een advocaat, een psychiater en een aangestelde ambtenaar als secretaris. Ze is gestructureerd per gerechtelijke regio. Deze commissie wijst aan in welke inrichting de persoon zal worden geïnterneerd.

De invulling van een interneringsmaatregel kan variëren van een opsluiting in penitentiair milieu - in een aantal Vlaamse gevangenissen zijn er speciale afdelingen voorbehouden voor de groep geïnterneerden (bvb. Gent, Turnhout,..) - tot alle vormen van begeleiding en behandeling in openbare of private psychiatrische en andere residentiële instellingen of ambulante voorzieningen.

In de praktijk verloopt een opname (en een behandeling) in de daartoe voorziene inrichtingen niet vlot en is er eigenlijk een tekort aan opvangmogelijkheden voor de groep geïnterneerden waardoor zij soms in afwachting onnodig lang in de gevangenis moeten verblijven.

De belangrijkste bevoegdheid van de CBM is ongetwijfeld de beslissing over de eventuele invrijheidstelling van de geïnterneerde: internering is immers een maatregel van onbepaalde duur, waarvan de concrete bepaling afhangt van de “genezing” van de geïnterneerde. De maatregel kent geen vooraf bepaalde einddatum.
Om de zes maanden kan de betrokkene verschijnen voor de CBM die nagaat of er voldoende verbetering is om hem vrij te stellen. De internering wordt meestal afgesloten via een vrijstelling op proef (een soort van vrijlating onder opgelegde voorwaarden).
De CBM bepaalt autonoom de duur van de periode van (intrekbare) vrijstelling op proef.

Wetgeving…

Internering werd in België geregeld door de Wet van 9 april 1930 tot de Bescherming van de Maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten. Deze Wet is volledig vervangen door de Wet van 1 juli 1964.

Het Belgische systeem van internering voorziet in een dubbel opzet.

Haar eerste opzet bestaat uit de bescherming van de maatschappij tegen gevaarlijk gedrag van psychiatrisch gestoorde patiënten. Men wil langs de opgelegde maatregel de delinquent uit de maatschappij “verwijderen” om te voorkomen dat de betrokkene nog verdere schade zou veroorzaken en slachtoffers zou maken.

Ten tweede dient ze garant te staan voor de medisch-psychiatrische behandeling van de geesteszieke delinquenten. Deze behandeling moet afgestemd zijn op de behoeften van het betrokken individu.

In dit opzicht lijkt de Belgische wetgeving zeer vooruitstrevend te zijn geweest in de omgang met haar psychisch gestoorde delinquenten.

…versus praktijk

In België start een groot gedeelte van de geïnterneerden hun interneringtraject in de gevangenis en meer specifiek in de zogenaamde psychiatrische “annex” van een strafinrichting. Daar wachten ze het moment af waarop een geschikte instelling bereid is hen op te nemen. De geïnterneerde kan ook naar een Instelling van Sociaal Verweer gestuurd worden. Dergelijke instellingen ressorteren ook onder de bevoegdheid van het Ministerie van Justitie en verschillen nauwelijks van gewone strafinrichtingen. Hiernaast kunnen ze ook ondergebracht worden in psychiatrische klinieken die onder de bevoegdheid van het Ministerie van Volksgezondheid vallen, voor zover deze klinieken hen wensen op te nemen.

De realiteit wijst echter uit dat veel geïnterneerden voor vele jaren in de gevangenis blijven zitten. Het is betreurenswaardig dat de Belgische praktijk gekenmerkt wordt door bijna een compleet gebrek aan behandeling, omdat de nadruk nog steeds gelegd wordt op de bescherming van de maatschappij. Het gevolg hiervan is dat de vooruitstrevende ideeën en gedachten omtrent de behandeling van geïnterneerden tot op heden dode letter gebleven zijn.
Dit ontbreken van of tekort aan zorgverlening leidde reeds meerdere malen tot zware kritieken in de literatuur. Deze toestanden werden ook opgemerkt en zwaar veroordeeld door het Europees Comité voor de Preventie van foltering en Onmenselijke of Vernederende Behandeling of Bestraffing.

Er zijn zeer negatieve gevolgen verbonden aan de opsluiting van geïnterneerden zonder enige vorm van behandeling. De lange opsluiting van een psychiatrisch gestoorde delinquent zonder enige vorm van therapie is geen neutrale periode. Het is niet uitzonderlijk dat geïnterneerden gedurende maanden of jaren opgesloten blijven in Instellingen van Sociaal Verweer of andere strafinrichtingen, zonder enige vorm van behandeling. Dit heeft nefaste gevolgen voor de geestestoestand van de betrokkenen; ze verliezen hun zelfredzaamheid, worden agressiever, wanhopig, gefrustreerd, depressief en verbitterd. Het ziektebeeld verergert en de genezingskansen verminderen.
Dit heeft op zich een negatieve invloed op de slaagkansen van therapieën en behandelingen die later aangereikt worden, waardoor de sociale reïntegratiekansen ten zeerste worden gehypothekeerd.

Er kan niet genoeg benadrukt worden dat rechters die zich moeten uitspreken over het al dan niet opleggen van een interneringsmaatregel ten aanzien van personen met een geestesstoornis, over voldoende informatie moeten kunnen beschikken over de psychosociale achtergrond van de dader. Deze informatie moeten zij kunnen putten uit diepgaand multidisciplinair onderzoek door goed opgeleide en ervaren deskundigen.
Er is echter sprake van grote kwaliteitsverschillen en gebrek aan eenvormigheid binnen het Belgische psychiatrisch onderzoek.

Elke psychiater heeft zijn eigen criteria om te besluiten tot het al dan niet noodzakelijk zijn van een interneringsmaatregel. Dit wil niet zeggen dat psychiatrische experts willekeurig te werk zouden gaan, maar er is geen eenvormige methodologie in de expertises. De diagnose omtrent een geïnterneerde is duidelijk afhankelijk van het beeld dat de psychiater heeft omtrent internering, van de tijd die gespendeerd kan worden in het onderzoek en van de kennis en ervaring van de psychiater. In vele expertises ontbreekt eveneens de multidisciplinaire benadering. Al te vaak worden er oppervlakkige en/of verkeerde diagnoses gesteld of wordt de juiste diagnose onvoldoende uitgewerkt en wetenschappelijk onderbouwd.

De oorzaak van deze discrepantie tussen wet en praktijk ligt voor een groot deel bij de Belgische overheid; deze voorzag namelijk nooit in de noodzakelijke infrastructuur en personeel. Onvoldoende middelen om de zorg voor geïnterneerden te laten plaatsvinden op een menswaardige, medische en wetenschappelijk verantwoorde manier.
De toestand op het werkveld blijft erg dramatisch en alarmerend.

De toestand van de geïnterneerden is zeer schrijnend. Er is een tekort aan gespecialiseerd personeel en aan materiaal. De normen die in de buitenwereld gelden voor de opvang van psychiatrische patiënten, gelden blijkbaar niet binnen de muren. Veiligheid staat in de gevangenissen voorop terwijl verzorging en behandeling niet in het lijstje voorkomen. Buitenlandse experts durven zelfs te stellen “dat er een loopje wordt genomen met de menselijke waardigheid”.

Bron: www.steunpunt.be/_steunpunt/Documents/…/internering.doc

Terug naar inhoudstafel.
Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License