2.3.2. Bepalingen betreffende het slachtoffer

Art. 4.
§ 1. De in artikel 3, 6., b), c) en d), bedoelde personen die in de door de wet bepaalde gevallen wensen te worden geïnformeerd of gehoord bij de toekenning van een modaliteit van internering, richten een schriftelijk verzoek aan de strafuitvoeringsrechter.
De griffie zendt onverwijld een afschrift van het verzoek over aan het openbaar ministerie. Het openbaar ministerie geeft een advies binnen zeven dagen na de ontvangst van het afschrift.
§ 2. De in § 1 bedoelde personen kunnen zich te allen tijde laten vertegenwoordigen of bijstaan door hun raadsman. Zij kunnen zich eveneens laten bijstaan door de gemachtigde van een overheidsinstelling of van een door de Koning hiertoe erkende vereniging.
§ 3. Indien de strafuitvoeringsrechter dit nuttig acht om te kunnen oordelen over het direct en legitiem belang, kan hij de verzoeker vragen om op een zitting hieromtrent verdere informatie te verstrekken. Deze zitting moet plaatsvinden ten laatste één maand na de ontvangst van het in § 1 bedoelde verzoek.
§ 4. De strafuitvoeringsrechter oordeelt over het direct en legitiem belang binnen vijftien dagen na de ontvangst van het verzoek of, indien er een zitting heeft plaatsgevonden, binnen vijftien dagen nadat de zaak in beraad is genomen. De beslissing wordt bij een ter post aangetekende brief meegedeeld aan de verzoeker en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie.
§ 5. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open

Terug naar "Wetgeving"

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License