Terugkeerwoningen.

In oktober 2008 zette de voormalige minister van Asiel en Migratie, Annemie Turtelboom, in Zulte het pilootproject van de terugkeerwoningen op. Later kwamen er in het Waalse Tubeke zes terugkeerappartementen bij, een woninguitbreiding in Sint-Gillis-Waas is gepland. De open huizen moeten een alternatief bieden voor de opsluiting van kinderen in gesloten centra. Gezinnen met kinderen die het bevel kregen het grondgebied te verlaten wonen hier in afwachting van repatriëring.
De taken van de vier coaches die de gezinnen begeleiden, variëren van uitleggen hoe de wasmachine werkt, over de kinderen inschrijven in de plaatselijke school, tot de kerntaak: het organiseren van de terugkeer en mensen daar zo goed mogelijk bij begeleiden.
De coaches proberen mensen zo goed mogelijk te informeren over hun rechten, zegt coach AnnickVerhaeghe. ‘We zijn heel duidelijk over hun situatie en de mogelijkheden die ze hebben en niet hebben. En dat waarderen mensen enorm, ook wanneer we hen uitleggen dat ze om die en die redenen geen enkele kans maken op een legaal verblijf in België.’
‘Het is in de eerste plaats een terugkeerwoning, maar dat wil niet zeggen dat we terugkeer als het enige perspectief zien’, zegt Geert Verbauwhede, projectcoördinator bij de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ). ‘Wanneer we hier nieuwe gegevens vaststellen die kans bieden op verblijfsdocumenten, leiden we de dossiers terug naar Brussel. Intussen werden al vijf gezinnen geregulariseerd.’

Evaluatie

Tot nu toe vluchtten twaalf gezinnen uit de huizen. Toch zijn de cijfers volgens Verbauwhede goed, ‘het is tenslotte een nieuw project, waarvoor je de methodes nergens kan aftoetsen’. Voor Verbauwhede bewijst dit project dat coaching werkt. Hij voegt eraan toe dat de DVZ ook achter de eis van het middenveld staat om veel sneller, al in het begin van de asielprocedure, met de begeleiding van asielzoekers te beginnen.
‘De gezinnen die hier zaten, nemen vanuit het buitenland nog regelmatig contact op, een signaal dat we het goed doen, en dat deze menselijke aanpak werkt’, zegt coach Florence Jacquemin. ‘Tegenwoordig stellen mensen zich zelfs spontaan kandidaat om een terugkeerwoning te betrekken.’
Met ‘een slaagpercentage van 75 procent van de gezinnen die op een aangename manier terugkeerden’ noemt Annemie Turtelboom, intussen minister van Binnenlandse Zaken, dit een succesverhaal. ‘Kinderen zijn de zwakke partners in het migratieverhaal’, vindt Turtelboom.
‘Zij zijn niet verantwoordelijk voor de keuzes van hun ouders. Toen ik aantrad als minister van Asiel en Migratie, heb ik gezegd dat kinderen niet thuishoren in een centrum achter tralies, waar een collectief regime heerst. Het rapport dat minister Dewael bestelde bij Sum Research legde uit dat er dringend alternatieven moesten komen voor de opsluiting van kinderen. We hebben daar gevolg aan gegeven en hebben een pragmatische oplossing gezocht. Voor de bouw van een open centrum was er tijd noch geld.’
Turtelboom liet zich inspireren door modellen in Zweden en Australië, maar ze wijst erop dat de Belgische terugkeerwoningen uniek zijn. ‘Zowel Zweden als Australië heeft een totaal ander geografisch profiel, met veel meer ruimte dan ons dichtbevolkte land in het centrum van Europa. Beide landen werken met begeleiding van coaches in open centra –anders dan bij ons al vanaf het begin van de asielprocedure– maar die centra liggen wel geïsoleerd. Zet je een open centrum op een eiland, dan heb je geen metalen, wel natuurlijke tralies. Onze terugkeerwoningen gaan verder: in een eigen huis kan een gezin opnieuw een gezin zijn.’

"Terug naar inhoudstafel"
Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License