Commissie ter Bescherming van de Maatschappij

Als het gerecht besloten heeft dat iemand moet geïnterneerd worden dan zorgt de Commissie voor de uitvoering van de internering.

1. Hoe is de commissie samengesteld?

De commissie bestaat uit 3 leden:

  1. een magistraat, die voorzitter is
  2. een advocaat
  3. een geneesheer-psychiater

Ook is er een secretaris aangesteld die zorgt voor de administratie.

Aan de besprekingen van de commissie neemt ook de Procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement deel. Ook de advocaat van de geïnterneerd is aanwezig.
De directeur of de arts van de instelling waar de betrokkene verblijft wordt verplicht gehoord.
De vertegenwoordiger van de Psychosociale Dienst van de gevangenis is aanwezig op de zittingen van C.B.M.
De commissie kan de arts van de geïnterneerde horen, en kennis nemen van zijn advies.
Op de beraadslaging zijn alleen de 3 leden en de secretaris aanwezig.

2.Wat is haar geografische bevoegdheid?

In België zijn er 8 commissies:
3 Nederlandstalige:

  • Antwerpen
  • Gent
  • Leuven

4 Franstalige:

  • Charleroi
  • Luik
  • Namen
  • Bergen

1 Tweetalige:

  • Vorst

Elke commissie is bevoegd voor één of meer gerechtelijke arrondissementen. De commissie van Leuven is bv. Bevoegd voor het gerechtelijk arrondissement Leuven. Die van Vorst is bevoegd voor Brussel en Nijvel.
De commissie die de zaak van een geïnterneerde behandelt blijft normalerwijze bevoegd voor hem tot hij definitief in vrijheid gesteld wordt.

3. Werking van de commissie.

Normaal gezien zetelt de commissie in de gevangenis waar de psychiatrische annex zich bevindt. Ze komen elke maand bijeen en de zittingen vinden met gesloten deuren plaats.

De secretaris van de commissie verwittigt de geïnterneerde per brief. De advocaat moet niet opgeroepen worden als de Commissie beslissingen neemt over vragen rond verlof of uitgangspermissies. De advocaat wordt wel opgeroepen wanneer het gaat om een verzoek tot internering of invrijheidsstelling.

Bij een beslissing rond invrijheidsstelling moet de commissie de geïnterneerde eerst horen; wanneer deze niet wenst te verschijnen is de beslissing die de commissie neemt wel geldig. De geïnterneerde moet een advocaat hebben. Wanneer die niet aanwezig is, hoewel hij werd opgeroepen, dan zetelt de commissie geldig. De commissie kan advies inwinnen van een arts die zij zelf gekozen heeft.

De geïnterneerde kan zich laten onderzoeken door een arts die hij zelf gekozen heeft. Het advies van deze arts wordt dan aan de commissie voorgelegd.

Bij de beraadslaging zijn alleen de drie leden en de secretaris aanwezig. Een meerderheid van stemmen is voldoende.

4.Kan je in beroep gaan?

De Procureur des Konings kan in verzet gaan tegen beslissingen van de commissie wanneer het gaat over invrijheidstelling op proef of definitieve invrijheidsstelling. Het dossier wordt dan opgestuurd naar het secretariaat van de Hoge Commissie tot Bescherming van de Maatschappij. Deze Hoge Commissie beslist binnen één maand.

Sinds de wetswijziging in 1998 is er een nieuw artikel dat bepaalt dat ook de advocaat van de geïnterneerde hoger beroep kan instellen bij de Hoge Commissie, wel enkel tegen een beslissing die het verzoek om een invrijheidsstelling afwijst. Beslissingen omtrent de aangewezen inrichting, verlof, halve vrijheid en transfers komen niet in aanmerking voor hoger beroep.

De geïnterneerde kan ook in cassatie gaan tegen beslissingen omtrent invrijheidstelling of intrekking van vrijheid. Beslissingen omtrent de aangewezen inrichting, verlof, halve vrijheid en transfers komen dus niet in aanmerking voor cassatie.

Het Hof van Cassatie oordeelt niet over de feitelijke inhoud van de zaak, zij gaat enkel na of de wet werd nageleefd. Bij cassatieberoep gaat het dus om vormvereisten, zij gaan na of er procedurefouten worden gemaakt.

5.Wat kan de commissie beslissen?

1. Aanwijzen van de inrichting

De commissie duidt de inrichting aan waar de geïnterneerd moet opgesloten worden. Het kan dan gaan om een rijksinstelling, maar zij kan ook beslissen dat iemand in een andere inrichting (een privé-inrichting) verblijft wanneer zij menen dat dit nodig is voor de veiligheid en/of de verzorging. Wanneer de commissie beslist dat iemand geplaatst wordt in een privé-inrichting moet zij wel de redenen voor die plaatsing weergeven.
Bij de plaatsing in een privé-inrichting moet de geïnterneerde zelf instaan voor de financiële kost van de plaatsing, wanneer hij echter niet toe in staat is kan de Staat die kosten dragen.

2. Overbrengen naar een andere inrichting

De commissie kan beslissen dat een geïnterneerd naar een andere inrichting wordt overgebracht.

Overplaatsing vindt meestal plaats omwille kan therapeutische redenen, veiligheids- en disciplinaire redenen, overbevolking, om het contact tussen de geïnterneerde en zijn familie te verstevigen of om de reclassering voor te bereiden.

De geïnterneerd of zijn advocaat kunnen overplaatsing vragen aan de C.B.M. Wanneer dit niet goedgekeurd wordt kan de vraag pas opnieuw gesteld worden na 6 maanden. Ook de Procureur des Konings en de Minister van Justitie kunnen deze vraag voorleggen.

3. Zich informeren over de toestand van de geïnterneerde

De commissie moet op de hoogte blijven van de toestand van de geïnterneerde. Zij, de hele commissie of één lid, kunnen met hem contact houden door hem te bezoeken op de plaats waar hij geïnterneerd is.

4. Toestaan van beperkte vrijheid

Wanneer de commissie aan de geïnterneerde een stelsel van beperkte vrijheid toestaat bepaalt de Minister van Justitie de voorwaarden en de vorm ervan. Het gaat hier om halve vrijheid, verloven en uitgangspermissies.

Bij halve vrijheid kan de geïnterneerde dan elke dag gaan werken en ’s avonds terug naar de instelling komen. Het is de bedoeling de geïnterneerden op die manies voor te bereiden op een sociaal leven buiten de instelling.

De commissie kan beslissen dat een geïnterneerde enkele dagen en nachten bij zijn familie, bij vrienden of in een onthaalcentrum kan doorbrengen.

Uitgangspermissies kunnen toegestaan worden: dit houdt in dat de geïnterneerde gedurende enkele uren de instelling verlaat, (eventueel) met begeleiding van een personeelslid.

5. Toestaan van vrijlating-op-proef of definitieve invrijheidstelling

De geïnterneerde of zijn advocaat en de Procureur des Konings kunnen een vraag tot invrijheidstelling indienen. De commissie kan ook uit zichzelf iemand in vrijheid stellen. Wanneer de vraag van de geïnterneerde of zijn advocaat komt, kan die bij weigering pas na 6 maanden vernieuwd worden.

Voor de commissie overgaat tot invrijheidstelling moet de geestestoestand van de geïnterneerde voldoende verbeterd zijn en moeten de voorwaarden voor de reclassering vervuld zijn.

Bij invrijheidstelling op proef wordt de geïnterneerde aan een “sociaal-geneeskundige voogdij" onderworpen, het kan gaan om een verplicht residentieel verblijf of om ambulante begeleiding.
In het kader van deze voogdij wordt een ambtenaar van de Dienst Justitiehuizen van de Federale Overheidsdienst Justitie belast met de begeleiding van en het toezicht op de invrijheidgestelde bij het naleven van de opgelegde voorwaarden. Deze justitieassistent brengt hierover verslag uit aan de commissie.

Artikel 8 van de Wet van 30 april 1995 last in de Wet ter Bescherming van de Maatschappij een artikel in. Dit kan gevolgen hebben voor een geïnterneerde:

• Wanneer iemand geïnterneerd werd omwille van seksuele misdrijven ten aanzien van minderjarigen dan moet men vooraleer die persoon in vrijheid wordt gesteld een advies inwinnen van een dienst die gespecialiseerd is in de begeleiding of behandeling van seksuele delinquenten. Dit kan de Psychosociale Dienst (PSD) van de gevangenis zijn, maar ook een gespecialiseerde dienst buiten de gevangenis.

• De commissie kan hun ook verplichten een behandeling of begeleiding te volgend bij een dienst die gespecialiseerd is in de begeleiding of behandeling van seksuele delinquenten. Bovendien kan de commissie hen verbieden om in instellingen die minderjarigen opvangen deel te nemen aan onderwijs en/of deel uit te maken van een instelling of vereniging waarvan de activiteiten hoofdzakelijk op minderjarigen gericht zijn.

• De commissie kan logischerwijze nog andere voorwaarden opleggen.

bron: Informatiebrochure Internering van de Hulpgevangenis Leuven

terug naar de inhoudstafel

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License