2.3.8.2. Wijzigingsbepalingen.

Afdeling I. - Wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek.

Art. 122. In artikel 488bis, d), van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 18 juli 1991 en vervangen door de wet van 3 mei 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het derde lid worden de woorden ", in geval van toekenning van de definitieve invrijheidstelling aan de geïnterneerde " ingevoegd tussen de woorden " van het Gerechtelijk Wetboek " en de woorden " en in geval van overlijden ";
2° het derde lid wordt aangevuld als volgt :
" Het openbaar ministerie geeft de vrederechter kennis van de definitieve invrijheidstelling van de geïnterneerde ".

Afdeling II. - Wijziging van het Strafwetboek.

Art. 123. Artikel 71 van het Strafwetboek wordt vervangen als volgt :
" Er is geen misdrijf wanneer de beschuldigde of de beklaagde op het tijdstip van de feiten leed aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden heeft tenietgedaan of ernstig heeft aangetast, of wanneer hij gedwongen werd door een macht die hij niet heeft kunnen weerstaan. "

Afdeling III. - Wijzigingen van het Wetboek van strafvordering.

Art. 124. In artikel 195 van het Wetboek van strafvordering, vervangen bij de wet van 27 april 1987 en gewijzigd bij de wetten van 24 december 1993, 22 juni en 20 juli 2005 en 17 mei 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het zesde lid wordt vervangen als volgt :
" Als de rechter een effectieve vrijheidsstraf of de internering uitspreekt, licht hij de partijen in over de uitvoering van deze vrijheidsstraf of maatregel en over de mogelijke modaliteiten van strafuitvoering of internering. ";
2° in het zevende lid, worden de woorden " of de tenuitvoerlegging van de internering " ingevoegd tussen de woorden " van de strafuitvoering " en de woorden " te worden gehoord ".

Art. 125. In artikel 590 van hetzelfde Wetboek, opnieuw opgenomen bij de wet van 8 augustus 1997 en gewijzigd bij de wet van 7 februari 2003, worden volgende wijzigingen aangebracht :
1° de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt :
" 4° beslissingen tot internering, tot toekenning of herroeping van de invrijheidstelling op proef en tot definitieve invrijheidstelling die genomen zijn overeenkomstig de artikelen 8, 46, 66 en 72 van de wet van 21 april 2007 betreffende de internering van personen met een geestesstoornis; "
2° de bepaling onder 6° wordt vervangen als volgt :
" 6° beslissingen tot internering van veroordeelden en beslissingen op grond waarvan hun terugkeer naar de gevangenis wordt bevolen, die bedoeld worden in de artikelen 82 en 113 van de wet betreffende de internering van personen met een geestesstoornis; ".

Afdeling IV. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek.

Art. 126. In artikel 76, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 mei 2006, worden de woorden " alsmede in de strafinrichtingen " vervangen door de woorden " alsmede in de strafinrichtingen, de inrichtingen tot bescherming van de maatschappij en de zorginstellingen ".

Art. 127. Artikel 91 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 3 augustus 1992 en gewijzigd bij de wetten van 11 juli 1994, 28 maart 2000 en 17 mei 2006, wordt aangevuld met het volgende lid :
" In interneringszaken worden de volgende zaken toegewezen aan de rechter in de strafuitvoeringsrechtbank, die zitting houdt als alleenrechtsprekend rechter :
1° de verzoeken tot overplaatsing om dringende redenen, bepaald bij artikel 59, § 1, van de wet van 21 april 2007 betreffende de internering van personen met een geestesstoornis;
2° de bij artikel 18, § 2, 1° en 2°, van dezelfde wet bepaalde verzoeken tot uitgaansvergunning. ".

Art. 128. In artikel 92, § 1, tweede lid, van hetzelfde wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 mei 2006, wordt het woord " strafuitvoeringszaken " vervangen door de woorden " strafuitvoerings- en interneringszaken ".

Art. 129. In artikel 635 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij wet van 17 mei 2006, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, worden volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, eerste lid, worden de woorden " de veroordeelden " vervangen door de woorden " de tot één of meerdere vrijheidsstraffen veroordeelden ";
2° het artikel wordt aangevuld met een § 2, luidende :
" Behoudens de door de Koning bepaalde uitzonderingen ressorteren de geïnterneerden onder de bevoegdheid van de strafuitvoeringsrechtbank die gevestigd is in het rechtsgebied van het hof van beroep waar het onderzoeks- of vonnisgerecht dat de internering heeft bevolen zich bevindt.
Indien evenwel de strafuitvoeringsrechtbank het, in uitzonderlijke gevallen, voor een bepaalde geïnterneerde aangewezen acht om de bevoegdheid over te dragen aan een andere strafuitvoeringsrechtbank, neemt zij een met redenen omklede beslissing nadat die andere strafuitvoeringsrechtbank binnen vijftien dagen een eensluidend advies heeft uitgebracht. ".

Afdeling V. - Wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.

Art. 130. Artikel 162 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten wordt aangevuld als volgt :
" 48° de akten en vonnissen betreffende de procedures voor de strafuitvoeringsrechters en de strafuitvoeringsrechtbanken, alsook de arresten gewezen als gevolg van een cassatieberoep tegen een beslissing van de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank. ".

Afdeling VI. - Wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten.

Art. 131. Het opschrift van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten, vervangen bij de wet van 5 maart 1998, wordt vervangen als volgt :
" Wet op de terbeschikkingstelling van de regering ".

Afdeling VII. - Wijziging van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.

Art. 132. Artikel 23bis, derde lid, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, ingevoegd bij de wet van 17 mei 2006, wordt aangevuld als volgt :
" of van de taal van het oudste vonnis of arrest dat de internering beveelt ".

Afdeling VIII. - Wijzigingen van de wet van 23 mei 1990 inzake de overbrenging tussen Staten van veroordeelde personen, de overname en de overdracht van het toezicht op voorwaardelijk veroordeelde of voorwaardelijk in vrijheid gestelde personen, en de overname en de overdracht van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen.

Art. 133. In artikel 8 van de wet van 23 mei 1990 inzake de overbrenging tussen Staten van veroordeelde personen, de overname en de overdracht van het toezicht op voorwaardelijk veroordeelde of voorwaardelijk in vrijheid gestelde personen, en de overname en de overdracht van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen, gewijzigd bij de wet van 26 mei 2005, worden de woorden " hoofdstuk II van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers " vervangen door de woorden " hoofdstuk II van titel III van de wet van 21 april 2007 betreffende de internering van personen met een geestesstoornis ".

Art. 134. Artikel 9 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
" Wanneer de maatregel uitgesproken in het buitenland gelijkaardig is aan die bedoeld in hoofdstuk II van titel III van de wet van 21 april 2007 betreffende de internering van personen met een geestesstoornis, maakt de procureur des Konings de zaak onverwijld aanhangig bij de strafuitvoeringsrechtbank in wier rechtsgebied de geïnterneerde zijn domicilie heeft, of bij ontstentenis daarvan de strafuitvoeringsrechtbank te Brussel, opdat deze de inrichting zou aanwijzen waar de internering zal plaatsvinden. ".

Art. 135. In artikel 16 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 mei 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de eerste zin worden de woorden " of, indien de in de verzoekende Staat opgelegde maatregel gelijkaardig is aan die welke bedoeld wordt in hoofdstuk II van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, de commissie voor de bescherming van de maatschappij " geschrapt;
2° in de vierde zin worden de woorden " of in voorkomend geval, de commissie tot bescherming van de maatschappij " geschrapt.

Art. 136. In artikel 20, § 2, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 mei 2005, worden de woorden " hoofdstuk II van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers " vervangen door de woorden " hoofdstuk II van titel III van de wet van 21 april 2007 betreffende de internering van personen met een geestesstoornis ".

Art. 137. Artikel 21 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 mei 2005, wordt vervangen als volgt :
" Wanneer de in het buitenland uitgesproken maatregel gelijkaardig is aan die welke bedoeld wordt in hoofdstuk II van titel III van de wet van 21 april 2007 betreffende de internering van personen met een geestesstoornis, maakt de procureur des Konings de zaak onverwijld aanhangig bij de strafuitvoeringsrechtbank in wier rechtsgebied de geïnterneerde zijn domicilie heeft, of bij ontstentenis daarvan de strafuitvoeringsrechtbank van Brussel, opdat deze de inrichting zou aanwijzen waar de internering zal plaatsvinden. "

Afdeling IX. - Wijzigingen van de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke.

Art. 138. In artikel 1 van de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke, gewijzigd bij de wet van 13 juni 2006, worden de woorden " de wet van 1 juli 1964 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen en gewoontemisdadigers " vervangen door de woorden " de wet van 21 april 2007 betreffende de internering van personen met een geestesstoornis ".

Art. 139. In hoofdstuk II van dezelfde wet wordt een afdeling 3 ingevoegd, luidende als volgt :
" Afdeling 3. - Opneming van een geïnterneerde veroordeelde bij het verstrijken van de vrijheidsbenemende straf of straffen ".

Art. 140. In hoofdstuk II, afdeling 3, van dezelfde wet wordt artikel 22bis ingevoegd, luidende :
" Art. 22bis. - § 1. Indien de strafuitvoeringsrechtbank overeenkomstig artikel 112 van de wet van 21 april 2007 betreffende de internering van personen met een geestesstoornis van oordeel is dat de geïnterneerde-veroordeelde ten gevolge van zijn geestesstoornis een ernstige bedreiging vormt voor andermans leven of integriteit, zendt het openbaar ministerie aan de vrederechter van de plaats waar de geïnterneerde-veroordeelde verblijft een met redenen omkleed verzoekschrift tot opname in een door de vrederechter aan te wijzen inrichting. Bij zijn verzoekschrift voegt hij het dossier van de strafuitvoeringsrechtbank betreffende de geïnterneerde-veroordeelde.
§ 2. De vrederechter doet met voorrang boven alle zaken uitspraak.
De vrederechter neemt zijn beslissing overeenkomstig de artikelen 7 en 8.
§ 3. Indien de vrederechter het verzoek inwilligt, wijst hij de psychiatrische dienst aan waarin de zieke ter observatie zal worden opgenomen of zal verblijven.
De artikelen 10 en 11 zijn van toepassing.
§ 4. Het vonnis is uitvoerbaar bij het verstrijken van de vrijheidsbenemende straf of straffen.
§ 5. Indien de vrederechter bij het verstrijken van de straf of de straffen geen beslissing tot opneming heeft genomen, wordt de geïnterneerde-veroordeelde in vrijheid gesteld. ".

Art. 141. In hoofdstuk II, afdeling 3, van dezelfde wet wordt een artikel 22ter ingevoegd, luidende :
" Art. 22ter. - § 1. Ten minste vijftien dagen voor het verstrijken van de voor de opneming ter observatie bepaalde termijn, zendt de directeur van de instelling aan de vrederechter een omstandig verslag van de geneesheer-diensthoofd betreffende de noodzaak van een verder verblijf.
De artikelen 13, eerste tot vierde lid, en 15 zijn van toepassing.
§ 2. Ten minste vijftien dagen voor het verstrijken van de voor het verder verblijf bepaalde termijn, zendt de directeur van de instelling aan de vrederechter een omstandig verslag van de geneesheer-diensthoofd betreffende de noodzaak van een verder verblijf.
De artikelen 13, eerste tot vierde lid, en 15 zijn van toepassing. ".

Art. 142. In hoofdstuk II, afdeling 3, van dezelfde wet wordt een artikel 22quater ingevoegd, luidende :" Art. 22quater. - § 1. Tijdens het verder verblijf kan de vrederechter, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van enige belanghebbende, mits advies van de geneesheer-diensthoofd :
1° een beslissing nemen tot nazorg buiten de instelling, onder bepaling van de voorwaarden inzake verblijfplaats, geneeskundige behandeling of maatschappelijke hulpverlening;
2° met het oog op een meer geschikte behandeling een beslissing nemen tot overbrenging naar een andere psychiatrische dienst;
3° een einde maken aan het verder verblijf indien de toestand van de zieke deze maatregel niet langer rechtvaardigt.
De artikelen 7 en 8 zijn van toepassing.
§ 2. Gedurende de nazorg kan de vrederechter, steunend op een verklaring van een geneesheer, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van enige belanghebbende :
1° een einde maken aan de nazorg indien de toestand van de zieke het toelaat;
2° beslissen dat de zieke opnieuw in een dienst wordt opgenomen omdat zijn geestestoestand zulks vereist of omdat de voorwaarden van de nazorg niet in acht worden genomen.
De artikelen 7 en 8 zijn van toepassing. ".

Art. 143. In hoofdstuk II, afdeling 3, van dezelfde wet wordt een artikel 22quinquies ingevoegd, luidende :
" Art. 22quinquies. - Tegen de overeenkomstig deze afdeling door de vrederechter uitgesproken beschikkingen kan beroep worden ingesteld overeenkomstig artikel 30.
Die beschikkingen zijn niet uitvoerbaar bij voorraad. ".

Art. 144. In hoofdstuk II, afdeling 3, van dezelfde wet wordt een artikel 22sexies ingevoegd, luidende :
" Art. 22sexies. - De artikelen 5, 6, 9, 12, 14, 16, 17, 18, 19, 20 en 22 zijn niet van toepassing op deze afdeling. ".

Afdeling X. - Wijziging van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt.

Art. 145. Artikel 19, eerste lid, van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, gewijzigd bij wet van 7 december 1998, wordt vervangen als volgt :
" De politiediensten houden toezicht op de geïnterneerden aan wie door de strafuitvoeringsrechtbank een in de artikelen 18, § 2, 3°, 19, 21, 22 en 23 van de wet van 21 april 2007 betreffende de internering van personen met een geestesstoornis bedoelde uitvoeringsmodaliteit van de internering werd toegekend. Zij houden eveneens toezicht op de naleving van de hen daartoe meegedeelde voorwaarden. ".

Afdeling XI. - Wijzigingen van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten.

Art. 146. Artikel 3, § 4, eerste lid, van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten wordt aangevuld als volgt :
" en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie. ".

Art. 147. Artikel 28, § 1, eerste lid, van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt :
" 5° indien de veroordeelde een straf ondergaat voor een van de in de artikelen 372 tot 378 van het Strafwetboek bedoelde feiten, of voor de in de artikelen 379 tot 387 van hetzelfde Wetboek bedoelde feiten, indien ze gepleegd werden op minderjarigen of met hun deelneming, de weigering of ongeschiktheid van de veroordeelde om een noodzakelijk geachte begeleiding of behandeling te volgen. ".

Art. 148. Artikel 47, § 1, van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt :
" 5° indien de veroordeelde een straf ondergaat voor een van de in de artikelen 372 tot 378 van het Strafwetboek bedoelde feiten, of voor de in de artikelen 379 tot 387 van hetzelfde Wetboek bedoelde feiten, indien ze gepleegd werden op minderjarigen of met hun deelneming, de weigering of ongeschiktheid van de veroordeelde om een noodzakelijk geachte begeleiding of behandeling te volgen. ".

Art. 149. Artikel 41 van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt :
" Wanneer de strafuitvoeringsrechter het bij artikel 31, § 1, bepaalde advies van de dienst of persoon die gespecialiseerd is in de diagnostische expertise van seksuele delinquenten niet volgt, neemt hij een met redenen omklede beslissing. ".

Art. 150. In artikel 66, § 3, van dezelfde wet worden de woorden " artikel 63 " vervangen door de woorden " artikel 67 ".

Art. 151. In artikel 67, § 1, van dezelfde wet vervallen de woorden " of de schorsing ".

Art. 152. In artikel 68, § 1, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden " De veroordeelde wordt " vervangen door de woorden " De veroordeelde en het slachtoffer worden ".

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License