2.3.8.1. Diverse bepalingen.

Art. 118.
§ 1. De rechtscolleges kunnen over de verzoeken tot internering slechts beslissen ten aanzien van de betrokkenen die bijgestaan of vertegenwoordigd worden door een raadsman.
§ 2. De strafuitvoeringsrechtbank en het Hof van Cassatie kunnen ten aanzien van de geïnterneerde, alsook betreffende de internering van een veroordeelde, slechts beslissen indien deze bijgestaan of vertegenwoordigd wordt door een raadsman.

Art. 119.
De bepalingen betreffende de vervolgingen in correctionele en criminele zaken zijn van toepassing op de bij deze wet voorgeschreven procedures, behoudens de afwijkingen die zij bepaalt.

Art. 120.
Bij de FOD Justitie wordt een overlegstructuur inzake de toepassing van deze wet ingericht. Deze overlegstructuur heeft tot taak om, zowel op federaal vlak als op lokaal vlak, de instanties die betrokken zijn bij de uitvoering van deze wet geregeld samen te brengen teneinde hun samenwerking te evalueren. De Koning bepaalt de nadere regels inzake de samenstelling en de werking van deze overlegstructuur.
Bij elke strafuitvoeringsrechtbank wordt een coördinator aangewezen om de samenwerking tussen, enerzijds, Justitie en, anderzijds, de zorgsector te vergemakkelijken en om alle initiatieven te ontwikkelen die het mogelijk maken de opvang van de geïnterneerden te verbeteren.

Art. 121.
De inrichtingen, georganiseerd door privé-instellingen, de gemeenschappen of de gewesten, of door lokale overheden, die geïnterneerden opvangen, kunnen een subsidie ten laste van de begroting van de federale Staat ontvangen. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de categorieën van geïnterneerden waarvoor die inrichtingen die subsidie kunnen genieten, alsook de regels betreffende de toekenning ervan.

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License